Een verbetering (ja/nee)!?

Hoewel de invoer van de vakken Nederlands en rekenen in het MBO onderwijs nog niet is voltooid, wordt de volgende verandering alweer aangekondigd door Minister Bussemaker. Vanaf augustus 2016 moeten alle MBO scholen de structuur van hun MBO opleidingen fors hebben aangepast.

Wat houdt de verandering in?

De vrije ruimte die scholen hadden binnen een MBO opleiding (naast het vaste opleidingspakket) wordt vervangen door verplichte keuzevakken. Een student moet er minimaal twee aangeboden krijgen. Het is de bedoeling dat deze vakken zo veel mogelijk in samenwerking met het lokale bedrijfsleven tot stand komen. Doel van de verandering? Aandacht voor vakmanschap, verbinding met het lokale bedrijfsleven en het stimuleren van ondernemerschap bij scholen.

yes-we-can

 

Het doel voorbij. De praktische uitwerking

Op zich zijn de doelen nobel … maar hoe ziet dit er nu praktisch uit?

In de praktijk moeten scholen alles op alles zetten om de veranderingen bij te benen (om nog niet te spreken van de toenemende bureaucratische druk). Gevoelsmatig worden we juist ‘binnen gehouden’ in plaats van dat er ruimte ontstaat om te verbinden en ondernemen.

In de praktijk moet iedere school haar ontwikkelde keuzevak delen met andere scholen via een overheidssysteem. Dit maakt het onderscheidend vermogen als school minimaal. Moet dat nu ondernemerschap bevorderen? Of is dit een policy paradox: beleid met een paradoxale uitwerking ten opzichte van het doel.

En – last but not least – studenten hoeven de keuzevakken niet te behalen voor het verkrijgen van een MBO diploma. Vanuit de praktijk weten we: dit zal zijn (negatieve) uitwerking hebben op de motivatie van studenten én docenten.

Anders kijken = anders doen

In hoeverre is er gekeken naar het draagvlak onder MBO scholen voor (weer) een forse verandering? Tijdens de bijeenkomst die ik bijwoonde, bij de Onderwijsinspectie, georganiseerd door de (speciaal in het leven geroepen) regie organisatie, hoorde ik vooral gezucht en gesteun om mij heen: ‘daar gaan we weer’.

Was het niet mooier geweest om de innovatie nu eens van onderaf tot stand te laten komen in plaats van deze van bovenaf te regisseren? Er is zoveel dynamiek: tussen studenten en docenten, scholen en bedrijven. Kunnen we dat als uitgangspunt nemen en van daaruit verder bouwen? Misschien was die oude, ‘vrije ruimte’ daar nu juist voor bedoeld.

Change. Yes we can!